Rechts

Wat is rechts?
De aanduiding rechts wordt gebruikt om de politieke richting van partijen, personen en organisaties te karakteriseren. De betekenis die eraan wordt gegeven kan van land tot land verschillen, en kan in de loop der tijd veranderen.

De termen links, rechts, centrumlinks, centrumrechts, enzovoort suggereren dat alle politieke partijen vrij eenvoudig gepositioneerd kunnen worden in een politiek spectrum dat varieert van extreemlinks tot extreemrechts. In de praktijk kan zo’n indeling niet zonder meer op basis van de standpunten gemaakt worden, omdat de betekenissen van “links” en “rechts” altijd afhangen van de context van de betreffende partij of organisatie. Ook binnen een partij of organisatie onderscheidt men vaak “rechtse” en “linkse” stromingen. De uiteinden daarvan worden met linker- dan wel rechtervleugel aangeduid.

In de 19de eeuw duidde rechts op conservatisme, een scherpe reactie tegen de moderne vrijheden en de industriële maatschappij, sterke klemtoon op organisch gegroeide sociale verbanden en machtsposities, respect voor autoriteit en aanvaarding van ongelijkheid. Links daarentegen duidde op een progressieve visie – te denken valt hierbij aan de leuze van de Franse Revolutie, vrijheid, gelijkheid en broederschap. Bijvoorbeeld in het België van midden 19de eeuw werd de katholieke “partij” (le parti conservateur) aangeduid als “la droite” (rechts) en de liberale “partij” als “la gauche” (links). In de loop van de 19de eeuw werd ook het liberalisme echter (deels) een behoudende kracht, die vooral de belangen van de burgerij verdedigde. Aan het einde van de 19de eeuw werd het progressieve denken een nieuw élan gegeven door het opkomende socialisme. Hoe meer het liberalisme ervaren werd als een behoudende kracht, des te meer werd “links” voorbehouden voor het socialisme.

Met andere woorden, rechts staat op de eerste plaats voor conservatieve waarden, bijvoorbeeld ook op ethisch of religieus vlak. In tweede instantie kan ook klassiek liberalisme eventueel als rechts beschouwd worden, in die zin dat het meer aandacht schenkt aan niet-interventie door de overheid en spontane sociale verhoudingen, dan aan de traditioneel liberale aandacht voor universele emancipatie.